Hans Langbroek, raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

Alcohol

(4 oktober 2009)

 

Gisterochtend werd ik op vrij ongenadige wijze wakker. Tijdens dit wrede proces overdacht ik het bij tijd en wijle miserabel te noemen tijdperk dat zich wel laat definiëren als “Het Leven van Hans Langbroek tot dusverre”.

Eén van de aspecten die ik overdacht uit dit droef mislukte levensverloop was het item alcohol.

 

Alhoewel ik niet bepaald een stevige of regelmatige innemer te noemen ben, speelt alcohol wel degelijk een rol in mijn wormstekige leven. Zoals dat vermoedelijk bij veel mensen het geval is die hun jonge jaren in West-Friesland doorgebracht hebben.

 

Onder invloed zijn van alcohol heeft er altijd voor gezorgd dat ik dingen zei die ik niet ben, dingen deed die ik niet ben, en zaken verkondigd heb waar ik niet in geloof. Met de inname van alcohol ontstaat er een niet-Hans.

Er zijn mensen die denken dat dit voor hen niet geldt. Doch als een nuchter persoon de onalcoholische versie van zo’n persoon kent en te maken krijgt met de alcoholische versie, dat kent die nuchtere persoon feitelijk twee personen. Weinigen vinden het prettig om als ze zelf in nuchtere toestand zijn, de alcoholische versie van een persoon die ze kennen te ontmoeten.

Zelf verafschuw ik dat, alcoholische versies ontmoeten van personen die ik ook in gewone toestand ken. Voor sommigen geldt dat het moeilijk is hen een keer nuchter te ontmoeten of spreken, de alcoholische versies zijn dan frequenter bestaand dan de niet-alcoholische versies…

 

Onder invloed van alcohol zijn, en vooral onder invloed van alcohol willen zijn, is een brevet van onvermogen om gewoon te kunnen zijn wat is, en te kunnen beleven wat gebeurt. Wat is er leuk aan als iemand met z’n fiets de struiken inrijdt? Wat is er leuk aan als mensen ineens “gezellig” zijn, maar dat niet werkelijk blijken te zijn? Wat is er leuk aan als mensen beginnen te lallen, schreeuwen, brullen en als ze slap beginnen te zwetsen? Of wat is er leuk aan als normaliter aardige mensen op straat medemensen op hun gezicht beginnen te beuken?

Daar is niets leuks aan. De “schalkse” en “ondeugende” blikken die worden geworpen als mensen beginnen van: “Nou, dat ging me een potje tekeer gisteravond joh! Er is áááárdig wat doorheen gegaan….” verschillen letterlijk niets met gelijksoortige blikken van mensen die hetzelfde verkondigen als er aardig wat afgesnoven, geslikt, gerookt, gespoten, gedronken en gelikt is.

Als je de boel gewoon beschouwt zoals het is, dan slaan die “schalkse” en “ondeugende” blikken nergens op. Er is niets schalks en ondeugends aan dronken zijn en dingen zeggen en doen die je normaal niet doet of zegt, er is niets schalks en ondeugends aan als je niet bent wat je bent, er is niets schalks en ondeugends aan als je dronken in andermans gezicht loopt te spetteren omdat je hem of haar iets “intelligents” vertelt.

Integendeel, in plaats van schalks en ondeugend ben je op zo’n moment een simpele niet-jij. Er is geen verschil tussen alcoholgebruik en andere drugs, er is niets schalks en ondeugends aan dronken zijn.

Er is alleen onvermogen. Hoe het ook gebracht wordt, wat er ook gezegd wordt, op welke wijze en door wie dan ook het allemaal gebagatelliseerd wordt, de werkelijkheid van alcohol is niet anders dan die van alles dat gerookt, geslikt, gespoten, gesnoven, gelikt en gedronken wordt.

Er is geen verschil, er is geen enkel verschil.

 

In ieder geval heb ik met ingang van zondag 4 oktober 2009 besloten nooit, maar dan ook écht nóóit, meer één alcoholische versnapering buiten de grenzen van mijn eigen woonruimte tot mij te nemen. Niet op een festival, niet in een kroeg, niet na vergaderingen, niet bij mensen thuis, niet op verjaardagen, niet bij feestelijkheden op straat ’s zomers: Nóóit en nérgens meer!

Geen dingen meer zeggen die ik niet ben, geen dingen meer doen die ik niet ben, en geen zaken verkondigen waar ik niet in geloof onder invloed van alcohol.

 

Zo, dat is een zure toespraak! Maar dat geeft niet, iedereen moet zelf weten wat hij of zij doet. Wél lekker een borreltje drinken tijdens een potje biljarten, wél lekker een biertje doen gezellig aan de bar, wél lekker een drankje op een terras met mooi weer, en wél lekker een Murphy’s biertje met het Eire at the Top in mei. Ik kan me dat allemaal levendig voorstellen, het is leuk. Zelf vind ik dat ook leuk. Maar ik doe het niet meer, nooit meer.

Dingen komen, en dingen gaan. Dingen beginnen, en dingen eindigen. Voor mij is er een beëindiging gekomen, een goede beëindiging.