Hans Langbroek,†raadslid voor Het Enkhuizer Alternatief

   

In een tijd van universeel bedrog is het spreken van de waarheid een revolutionaire daad (George Orwell)

De islamitische en nationale ideologie van de AEL

(28-11-2004)

Herkomst: website AEL

 

Aan de moslims en de Arabieren
In deze brief verheldert de AEL haar visie op identiteit, nationalisme en islam; en het islamitische karakter van de beweging. Bovendien geeft de AEL aan welk inhoud islamitische politiek voor haar heeft.

Identiteit
De AEL neemt als vertrekpunt dat de identiteit van de mens een complex gegeven is. Identiteit wordt bepaald door zaken als individuele persoonlijkheid, geslacht en familie. Daarnaast is van belang de groep waartoe de mens behoort. Er kunnen drie cirkels worden onderscheiden:

q       Godsdienst

q       Natie

q       Locatie

Een mens is in de eerste plaats bepaald door zijn overtuigingen; in de tweede plaats tot het volk waartoe hij of zij behoort. En tot slot is van invloed de plaats waaraan men om een of ander reden aan gehecht is, omdat men daar geboren of opgegroeid is of woont. De eerste cirkel is de belangrijkste. Dit betekent niet dat de andere geen betekenis hebben of mogen hebben. Als het gaat om de primaire doelgroep van de AEL, dan zijn wij moslims en Arabieren, uit diverse regio's en plaatsen afkomstig.

Islam en naties
"O mensen, Wij hebben jullie geschapen uit een man en vrouw en Wij hebben jullie tot volkeren en stammen gemaakt opdat jullie elkaar zouden kennen. De voortreffelijkste onder jullie is bij God de godvrezendste. God is wetend en welingelicht".(49:13)

Uit deze aya blijkt de Allah (swt) zelf stammen en volkeren heeft gemaakt en het bestaan daarvan dus een natuurlijk en een goed verschijnsel is.
Een stam is een groep bloedverwanten.
Een volk (natie) is een groep mensen die door gemeenschappelijke banden van taal, godsdienst, cultuur, bloed en gedeelde geschiedenis zich met elkaar verbonden voelen en als zodanig herkenbaar zijn.
Allah (swt) heeft ons niet alleen als moslims geschapen, maar ook als man of vrouw en als deel van een bepaalde stam of volk. Hieruit blijkt dat identiteit een veelzijdige zaak is: mensen hebben geen monolithische identiteit, maar een meervoudige identiteit. Deze identiteiten zijn niet tegenstrijdig, maar complementair. Dit is een belangrijk uitgangspunt van de AEL.

Allah (swt) wijst er tegelijkertijd op dat de mensen eenzelfde oorsprong hebben en dus broeders van elkaar zijn. Alle mensen zijn gelijk in het aangezicht van Allah (swt). Uiteindelijk horen alle moslims bij elkaar in een gemeenschap: de Ummah. Superioriteitsgevoelens worden afgewezen: diegenen die Allah (swt) het beste dienen zijn bij Hem in de gunst. Stammenstrijd, waarvan er vandaag nog voorbeelden te vinden zijn, is een schandelijke zaak. De Islam wijst tribalisme (assabia) met kracht af. De mensheid is verdeeld in verschillende rassen (blanke, zwarte, gele en rode ras). De Islam veroordeelt raciale superioriteitsgevoelens en racisme in duidelijke bewoordingen.
De Islam wijst als godsdienst van vrede agressie van volkeren tegen elkaar af. Wij moeten positief en respectvol met elkaar omgaan, "elkaar leren kennen". Een dergelijke ontmoeting kan alleen een vruchtbaar zijn als de volkeren een zelfbewustzijn hebben.

Islam en Arabieren
Er bestaat een onverbrekelijk band tussen Arabieren en Islam.
De Arabieren zijn een volk dat van oudsher stamverbanden kent. Voor de komst van de islam bestond er geen Arabische natie. Mensen behoorden tot een stam, maar een groepsgevoel was niet aanwezig. Khatam an-Anbiyya (De zegel der profeten) Rasul-Allah (de boodschapper van God) Mohammed (as) heeft door de luft (gratie) van Allah de stammen van de Arabieren verenigd in een natie. Een natie van moslims, uitverkoren om de Goddelijke boodschap te ontvangen en verspreiden onder alle volkeren, en die samen in een Ummah bijeen te brengen. De openbaring van de Quraan al Kariem vond in het Arabisch plaats. Moslim zijn betekent automatisch enig Arabisch leren, door de Quraan te memoriseren voor het dagelijkse gebed. De Islam heeft zich snel verbreid mede door de kracht van de expressieve Arabische taal. Het Arabisch is omgekeerd een grote cultuurtaal geworden dankzij de Islam. De universele communicatietaal tussen de moslims kan geen andere zijn dan het Arabisch, de taal waarin de heilige Quraan is nedergedaald. Dat deze taal levende blijft, is een speciale islamitische verantwoordelijkheid van de Arabieren.

Wat is nationalisme
Verdeeldheid van iets dat bij elkaar hoort is onnatuurlijk, en een bron van zwakte. Nationalisme (qawmiyya) is een modern politiek streven dat vertrekt vanuit het gegeven dat een volk in alle opzichten verenigd moet worden. Nationalisme vertrekt vanuit verwantschap en heeft daarom een natuurlijke mobilisatiekracht. Er zijn twee soorten nationalisme.
Bevrijdend nationalisme streeft ernaar een volk te mobiliseren, sociaal te verheffen, territoriaal bijeen te brengen en van vreemde overheersing te bevrijden. Historisch gezien heeft nationalisme een positieve rol gespeeld in de bevrijding van het Zuiden door het kolonialisme van het Noorden.
Onderdrukkend nationalisme verwerpt de diversiteit binnen een volk verwerpt en etnisch en ontzegt linguÔstische minderheden legitieme rechten. Nationalisme heeft een natuurlijke neiging naar gelijkvormigheid te streven. Indien ze daarin doorschiet, wordt nationalisme repressief. In de geschiedenis van het nationalisme zijn er wereldwijd zwarte pagina's te vinden.
In de praktijk kan het nationalisme zich verbinden met verschillende ideologieŽn, links of rechts. Met het liberalisme, maar ook monarchisme; met socialisme en aan racistische en fascistische ideologieŽn.

De Arabieren hebben met beide vormen van nationalisme, de bevrijdende en de onderdrukkende, ervaring. Het Arabische nationalisme heeft een positieve rol gespeeld in het herontwaken van het Arabische volk, dat in een diepe lethargie was vervallen en politiek door anderen werd overheerst. Het speelt nog steeds een belangrijke rol in de strijd tegen de zionistische kolonisatie van Palestina. Deze ideologie geeft uitdrukking aan het nationale verlangen naar politieke en staatskundige eenheid van het Arabische volk. Aan de andere kant hebben bepaalde Arabische nationalistische regimes ook mensen in het algemeen en minderheden (Imazighen, Koerden) onderdrukt. Bovendien heeft dit nationalisme zich met het westerse seculiere liberalisme gelieerd dat godsdienst afwijst.

De nationale politiek van de AEL in Europa
De AEL zet zich in voor behoud van de nationale identiteit van de Arabische gemeenschap in Europa.
De Arabische gemeenschap heeft het mensenrecht op de beleving van eigen taal en cultuur. Assimilatiedwang moet nadrukkelijk worden afgewezen. Niet alleen is dit een verplichting tegenover de kinderen die van hun nationaal erfgoed niet mogen worden beroofd, maar ook tegenover Allah (swt) zelf. Daarnaast is het van belang om de relatie met onze verwanten in de thuislanden, die alle steun van ons kunnen gebruiken, niet te verbreken maar te behouden en bevorderen. De Arabische gemeenschap in Europa is getalsmatig groter dan de meeste oude Europese minderheden, die onder bescherming staan van het Europese handvest. De Arabieren zijn een Europese minderheid geworden en hebben net zo goed zo aanspraken op deze beschermende werking.

Mensen die behoren tot een land en volk met een vastomlijnde cultuur en geschiedenis komen als het gaat om de vraag tot welke groep zij zich rekenen, tot een relatief eenvoudig antwoord. De Arabische jongeren in Europa hebben te maken met een complicerende dimensie: de invloed van migratie en de ontvangende cultuur waarin zij komen te verkeren. De Arabische moslimjongeren hebben niet alleen een religieuze islamitische identiteit en Arabische nationale identiteit, maar ook een binding aan Europa naast stad en land waar hun ouders van afkomstig zijn. Door het leven in twee culturen en twee plaatsen en de assimilatie drang en dwang ontstaat een complexe identiteit dat zich kenmerkt door:

q       het gevoel een buitenstaander te zijn

q       een zekere culturele gespletenheid

q       een gevoeligheid voor culturele aspecten

q       onzekere gevoelens over de groep of land waartoe men behoort

Processen van uitsluiting door de dominante cultuur en samenleving dragen bij jonge mensen bij aan het ontstaan van ingrijpende en ontwrichtende identiteitscrises. Botsing van culturen kan leiden tot beleving van beknelling en verloren voelen. In combinatie met sociaal-economische achterstanden kan dit uitmonden in antisociaal en disfunctioneel gedrag.

Daarom zet de AEL zich in voor herstel en behoud van de nationale, culturele identiteit van de Arabische jongeren. Door hen een duidelijk nationaal kader te bieden wordt innerlijke zekerheid van toebehoren geboden.

Islam en nationalisme
De Islam kan, gezien het natuurlijke gegeven van naties, niet anders dan positief staan tegenover nationalisme; maar wel een nationalisme dat bevrijdend is en niet onderdrukkend, gelovig en niet seculier en dat uiteindelijk dienstbaar is aan de Ummah. Het nationalisme van de AEL is daarom islamitisch.
Het spreekt vanzelf dat de verschillende islamitische volkeren zich dienen te verenigen in een breder politiek verband van alle moslims. De Arabische eenheidsstaat zal ongetwijfeld in de toekomst de spil vormen van de islamitische wereld, en haar vestiging zal en moet bijdragen aan het bereiken van islamitische eenheid op langer termijn. Verder komt het islamitische karakter naar voren in de uitgangspunten voor de politieke programma's en standpunten van AEL. De AEL streeft naar een islamitische samenleving, dat leeft naar de sjaria.

Wat is de sjaria
Islam is een manier van leven, die betrekking heeft op alle domeinen van het leven. Islam betekent het bereiken van vrede (salaam) door onderwerping aan de wil van Allah (swt). Vrede is nauw verbonden met rechtvaardigheid (adl), hetgeen de basis vormt voor het recht (sjaria). In rechtvaardigheid zijn evenwichtigheid, het aanhouden van het gulden middenpad en wederkerigheid belangrijke principes. De sjaria omvat het geheel van de islamitische wetgeving. De sjaria is niet van menselijke oorsprong, maar van goddelijke openbaring. Allah (swt), de allerhoogste en de unieke (tawhied) schepper zelf is de bron van het recht. Er zijn twee bronnen van de sjaria. Samen vormen zij de boodschap, de risala.

1) De Quraan al Kariem, het letterlijke woord van Allah (swt) via zijn boodschapper de profeet Mohammed (sas)
2) De Sunna (navolging) van de profeet Mohammed (sas), zoals opgetekend in de Ahadith.

Allah (swt) heeft de mens geschapen en hem aangesteld als zijn vertegenwoordiger (khalifa) op aarde. Allah's bedoeling van het leven is dat een mens zich waardig betoont voor het eeuwige leven door Hem te dienen. De mens staat niet op zichzelf maar is onderdeel van de samenleving. De ummah is de gemeenschap van moslims. Allah (swt) vraagt de gelovigen te werken aan het vestigen van het goede en de bestrijding van het kwade.

Uit de sjaria vloeit voort dat de mensen plichten (fara'id) hebben tegenover hun schepper. Zij dienen zijn wetten te handhaven. Daarnaast regelt de sjaria ook de relaties tussen mensen onderling (mens tegenover mens, maar ook ouders en kinderen) en de maatschappij als geheel. Er zijn 4 soorten rechten:

q       De rechten van Allah (hoeqoeq Allah). Goddelijke geboden zoals het vasten, het bidden, de bedevaart.

q       De rechten van Allah en zijn dienaren samen (hoeqoeq Allah wa al-ibad). Goddelijke geboden mede gericht op het publieke welzijn, zoals de straffen (hoedoed), goede inspanning (jihad) en aalmoezen.

q       De rechten van de dienaren (hoeqoeq al-a'ibad). Rechten gericht op het borgen van individueel welzijn, zoals het nakomen van beloften en contracten en terugbetaling van schulden.

q       De rechten van de dingen (hoeqoeq al-ashya'). Rechten van ziellozen, zoals dieren.

De rechten van Allah zijn een puur persoonlijke zaak tussen Allah en zijn dienaar; er staan in dit leven geen straffen op het gebrek aan het eerbiedigen daarvan. De straffen (hoedoed) hebben uitsluitend betrekking op het schaden van het publieke welzijn.

In het islamitische recht zijn er zaken die voorgeschreven zijn en andere zaken die weer aan de eigen inzicht worden overgelaten. Sjaria omvat aanbevolen gedrag, vormvoorschriften, morele richtlijnen en wetten die goed en kwaad van elkaar scheiden. De sjaria omvat:

q       De ibadat, handelingen voor aanbidding. Het gaat hier om de 5 pijlers van de islam.

q       De sjahada, de getuigenis dat er maar een God is namelijk Allah en Mohammed (vzmh) zijn profeet is.

q       De salat, het dagelijks 5 maal bidden.

q       De zakat, de plicht de armen te ondersteunen met aalmoezen

q       De sawm, het vasten in de maand Ramadhan

q       De hadzj, het verrichten van de bedevaart naar Mekka eens in het leven.

q       De moe'alamat. De wetten ter zake de menselijke betrekkingen.

Er bestaan voor verplichtingen (wajibat) 5 categorieŽn (aanbevolen, toegestaan, neutraal, ontraden en verboden). In de meeste gevallen moet er aan bepaalde voorwaarden worden voldaan om iets als zodanig aan te merken. De principes waarop de islam is gebouwd zijn tijdloos. De omstandigheden waarin zij de praktijk worden gebracht zijn daarentegen veranderlijk. Voor een goede toepassing van de sjaria is daarom een alim of faqih nodig, een geleerde persoon die verstand heeft van de rechtsbeginselen (oesoel al-fiqh). Door interpretatie, vergelijking en consensus worden er uitspraken (fatwas) gedaan over de juiste toepassing van de sjaria. In principe staat het alim zijn voor iedere moslim open. Oelema hebben een positie en autoriteit die voortvloeit uit het vrijwillig daaraan door andere gelovigen geschonken vertrouwen. In de praktijk hebben deze geleerden jarenlang gestudeerd.

Sjaria en mensenrechten
Mensenrechten vloeien voort uit de islam en zijn daarin vast verankerd. De waardigheid van de mens staat daarin centraal. De rechten die door Allah zijn verleend zijn onveranderlijk en onvervreemdbaar en zijn van toepassing op alle mensen; niemand heeft het recht daarop inbreuk te plegen of wijzigingen aan te brengen. Daarom staan zij boven menselijke wetten. Hierbij wordt inhoudelijk verwezen naar de Verklaring van Cairo over mensenrechten in Islam (1990). De verklaring van de Arabische Staten omtrent mensenrechten (1994) is hieraan complementair. In de islam zijn de rechten van minderheden en de rechten van vrouwen gewaarborgd.

Islam en pluralisme
In de islam bestaat geen geloofsdwang: "La iqra fi-ad-dien" (2:256). De mens beschikt over een vrije wil en verstand en is als zodanig zelf in staat morele keuzes te maken in het leven, waarover in het volgende leven rekenschap zal moeten worden gegeven. Daarbij moet er respect zijn voor de rechten van andere individuen en het maken van keuzes mag niet ten koste gaan van de rechten van anderen. In de Quraan wordt op talloze plaatsen het belang van wederkerigheid in de relaties tussen individuen onderstreept. Het goede moet met goede worden beloond en het kwade weerstaan. Het vormt een belangrijk uitgangspunt voor de rechtvaardigheid die wezenlijk is voor de islam.

De islam gaat uit van pluralisme: "Aan hen is hun geloof en aan jou is jouw geloof"(109). "Als Allah het zo had gewild, dan had Hij van de mensheid ťťn gemeenschap gemaakt. Maar de mensen zullen niet ophouden onderling van mening te verschillen" (11:118). De islam gaat ervan uit dat individuen niet alleen op zichzelf staan maar onderdeel uitmaken van een levensbeschouwelijke gemeenschap. Deze gemeenschappen beschikken over gelijke rechten en het volgt daaruit dat elke gemeenschap het recht heeft om te leven zoals zij verkiest, zolang dit niet ten koste van andere gemeenschappen gaat. Ook wederkerigheid is niet alleen iets tussen individuen, maar tussen gemeenschappen. Geen gemeenschap kan zijn levenswijze opleggen aan een andere. De sjaria is alleen bindend voor moslims. Wederzijdse erkenning en vreedzame coŽxistentie is het uitgangspunt. De door de profeet Mohammed (sas) opgestelde constitutie van Medina biedt hierbij een inspirerend voorbeeld. Later, in het islamitische rijk, vormden gemeenschappen de basis van de samenleving. In de geÔnstitutionaliseerde vorm van het millet systeem van het Osmaanse rijk bood ze, met enige onvolkomenheden, toch het kader waarin verschillende gemeenschappen vier eeuwen vreedzaam hebben samengeleefd

De islam wijst evenwel moreel relativisme af. Moslims hebben respect voor anderen, maar zijn er vast van overtuigd dat de Islam de enige juiste godsdienst is. De Islam is universeel. De islam probeert gelijk andere levensovertuigingen zich door middel van missie (da'wa) in vrije concurrentie met andere overtuigingen te verbreiden. Het mensenrecht van de godsdienstvrijheid verzekert de legitimiteit hiervan.

Islam, sjaria en onderdrukking
In de islam zijn godsdienst en politiek niet van elkaar gescheiden. Pogingen om de islam tot de privť-sfeer te beperken (zogenaamde Euro-islam) zijn gericht op het uitschakelen van de islam. Secularisme wordt daarom afgewezen.
Daarnaast is het van belang de strijdbaarheid van de islam te bewaren. Door de islam tot het simpel navolgen van vormvoorschriften en een conservatieve moraal te reduceren (zogenaamde Amerikaanse islam), wordt de islam als inspiratiebron van menselijke bevrijding uitgeschakeld. Dat dient met kracht te worden bestreden.

In de islam is geen plaats voor dictatuur. Een leider moet gekozen worden. Een meerpartijenstelsel en de mogelijkheid te kiezen zit al vanaf de begintijd in de islam besloten. Zelfs onze Profeet (sas), die als religieuze leider natuurlijk niet door het volk is gekozen, is door hen later wel nog apart als politieke leider gekozen. De leider staat niet boven de wet en is niet onschendbaar. De leider moet oplossingen zien te bereiken binnen een democratisch kader van overleg en consensus. De islam kent het begrip sjoera (overleg), dat aan de basis staat van een democratisch islamitisch bestel. Verder is de scheiding van machten belangrijk; wetgevende, rechtssprekende en uitvoerende machten moeten apart van elkaar functioneren. Het bestaan van dictaturen in moslimmeerderheid landen is niet vanwege de islam, maar ondanks de islam.

De islam is sociaal. In de islam wijst grote eigendomsverschillen en onderdrukking van armen nadrukkelijk af. Er moet solidariteit zijn tussen rijk en arm, getuige de zuil van de aalmoezen (zakat). Dit wil niet zeggen dat het privť-bezit als zodanig wordt afgewezen. Wel moet rijkdom op eerlijke wijze door arbeid worden opgebouwd. Het heffen van rente (ribat), en daarmee het kapitalistische stelsel, wordt door de islam afgewezen.

De islam kan misbruikt worden door kwaadwillige bestuurders. De sjaria wordt of werd in bepaalde landen ingezet als een middel om mensen te onderdrukken en niet om hen te bevrijden. De sjaria wordt blind toegepast zonder rekening te houden met nijpende sociale omstandigheden, met name het bestaan van armoede. In sommige landen is de godsdienstvrijheid en het recht op pluralisme aangetast. Het recht van vrouwen om actief deel te nemen aan de samenleving is ten onrechte beperkt. De sjaria wordt op onderdelen toegepast, waarbij wordt voorbijgegaan aan de garanties op een eerlijke en rechtvaardige procesgang. In weer andere landen wordt de sjaria verward met culturele gebruiken en gewoonterecht, die mensenrechten aantasten. Dergelijk misbruik moet worden aan de kaak gesteld, en bestreden.

Islam en natie zijn complementair. Islamisme is alleen dan islamitisch, wanneer het recht doet aan de complexe identiteit van mensen en zij het nationale aspect niet onderdrukt, maar accepteert en koestert binnen een breder raamwerk en menselijk perspectief .

De Islamitische gemeenschap buiten de Islamitische wereld
In het democratische Westen hebben moslims en de islam een positie waarin zij bepaalde rechten genieten. De vrijheid van godsdienst, vereniging, meningsuiting en onderwijs zijn enkele belangrijke grondrechten. Moslims zijn burgers als ieder andere. Indien moslims ook de nationaliteit hebben, zijn zij bovendien stemgerechtigd op het nationale niveau en in verschillende landen hebben ingezetenen rechten op lokaal niveau.

Als het gaat om de opstelling van moslims zijn voor de AEL de volgende uitgangspunten van belang.

q       Moslims zijn eraan gehouden aan de (grond)wetten van het land waarin zij wonen, te eerbiedigen.

q       Moslims dienen als individuen en als groep actief te participeren in de samenleving.

q       Moslims dienen actief invulling te geven aan het grondwettelijke recht zich te organiseren om de rechten van hun gemeenschap te behartigen en voor de islam als levenswijze maatschappelijke ruimte te creŽren.

Islamitische politiek van de AEL in Europa
Moslims in Europa staan als groep onder druk van een op homogeniteit gerichte seculiere liberalisme en nationalisme. Het liberalisme, met zijn eenzijdige nadruk op individuele rechten van burgers, gaat voorbij aan de rechten van culturele, etnische, sociale en godsdienstige rechten. Het liberalisme met zijn universele pretenties staat op gespannen voet met alle benaderingen die door deze verbanden beperkingen willen stellen aan de rechten individuen. Het Europese neonnationalisme is geneigd pluriformiteit te onderdrukken, alle mensen gelijk te schakelen in een model en op racistische wijze niet-blanke rassen en niet-westerse culturen en godsdiensten uit te sluiten. Deze ideologieŽn vormen een bedreiging voor de multiculturele samenleving, waarvan de islam onderdeel uitmaakt.

De AEL wil de positie van moslims op verschillende manieren te behartigen.

In de eerste plaats door een moslimdemocratische politiek te voeren dat zich laat inspireren door de tijdloze normen en waarden van de islam. Het politieke programma van AEL is voor alle Nederlanders bedoeld. Het is van nut voor de gehele samenleving. Talloze voorstellen van de AEL worden op rationele en levensbeschouwelijke gronden omarmd door niet-moslims.

In de tweede plaats door zoveel mogelijk culturele ruimte voor moslims in Nederland creŽren. Door de regulerende werking van de staat in de privť-sfeer zoveel mogelijk terug te dringen wordt het meer mogelijk voor moslims om volgens eigen normen en waarden van de sjaria te leven. Flexibele regelingen worden voorgestaan, die aan alle gemeenschappen de ruimte geven om te leven zoals ze willen. In de Europese verhoudingen wordt gesproken van de beginselen van subsidiariteit (katholieken) en soevereiniteit in eigen kring (gereformeerden).

In de derde plaats zet de AEL zich in voor behoud van de islamitische identiteit en voor officieel erkenning en gelijkwaardigheid van moslims en de islam. De AEL verzet zich tegen gedwongen secularisering, kerstening van moslims en assimilatie die door het nieuwe nationalisme wordt voorgestaan. Toenadering en samenwerking tot andere gemeenschappen worden gezocht op basis van wederzijdse erkenning en respect. Dat burgers toch goed samen kunnen leven ondanks verschillen is bewezen in de geschiedenis van de lage landen gedurende de verzuiling. Door goed overleg en een constructieve houding werden relaties gereguleerd. In het Engels wordt gesproken van `consensual democracy`. Alleen een dergelijk pluralistisch bestel kan recht doen aan de multiculturele samenleving die Europa is geworden.

Naar een nieuwe consensus in de Arabische wereld
De Arabische-Islamitische wereld is politiek verdeeld in drie grote stromingen, die elkaar hebben bestreden: Arabisme, Islamisme en de derde het Socialisme, dat streeft naar een gelijke verdeling van macht, kennis en materiele middelen in samenleving. Door hun onderlinge strijd hebben zij het volk en de Ummah verzwakt en buitenstaanders de gelegenheid gegeven mensen tegen elkaar uit te spelen en ons zo onderdrukt en gekoloniseerd. Deze scheidslijnen moeten opgeheven worden. Tegelijkertijd staan wij voor de uitdaging ons te bevrijden van onderdrukkende en ondemocratische invullingen van politiek. Democratie heeft een slechte naam gekregen dankzij het hypocriete Westen; toch snakken onze volkeren vrij adem te halen.

Mensen moeten inzien dat de islamitische en de nationalistische beweging, die elkaar decennialang hebben bestreden, in deze tijd aansluiting bij elkaar vinden en moeten vinden. Het zijn de enige authentieke bewegingen van eigen bodem.
Beide bewegingen zijn naar elkaar toegegroeid. De nationalisten zijn afgestapt van de illusie dat zij een seculiere staat zullen oprichten volgens het westerse model van de natiestaat. Zij hebben begrepen dat de islam een zeer creatieve en drijvende kracht is achter de nationale identiteit van de Arabieren.
De islamisten hebben niet langer de illusie dat zij een regime kunnen opdringen dat de meerderheid van de Arabieren niet wil. Een regime dat een reactionaire vorm van islam propageert. De islamitische beweging beseft vandaag dat zij zich moet richten op de sjoera. Ook begrijpt zij dat de Arabische identiteit een feit is en dat deze niet in strijd is met de islamitische identiteit.
Wat de socialisten betreft, velen daarvan hadden direct aansluiting gevonden bij het Arabische nationalisme. De beweging heeft meer recentelijk het sociale aspect van de islam en het authentieke karakter van de islam voor het Arabische volk leren waarderen. Dankzij Allah (swt) zien meer en meer de superioriteit van de boodschap die Mohammed (sas) bracht boven het goddeloze en materiele communisme, dat alle spiritualiteit onder de mensen teniet doet.

De aansluiting is al zo'n tien jaar gaande, maar wordt nu realiteit. Dat is de richting waarin de Arabische mainstream zich beweegt. Zij denkt: we zijn Arabieren en moslims. We willen sociale rechtvaardigheid. Wij willen tolerantie en inclusie van minderheden, met respect voor ieders eigenheid. Wij willen sjoera, democratie.

De AEL is een uiting van die synthese. Door islamisme dat een sociaal karakter heeft te verzoenen met nationalisme, wordt een nieuwe consensus gevormd. Door deze ideologie een democratisch, tolerant en pluralistisch karakter te geven, wordt het bevrijdende karakter ervan verzekerd. Dit, in essentie, is de revolutionaire politiek van de AEL.